Wat is selenium en wat zijn de belangrijkste selenoproteïnen?
Selenium (Se, atoomnummer 34) is een essentieel metalloïde dat in eiwitten wordt opgenomen in de vorm van selenocysteïne (het 21e aminozuur, gecodeerd door het codon UGA) — en vormt zo de selenoproteïnen, een unieke familie van ≥ 25 menselijke eiwitten met belangrijke antioxiderende, schildklier- en immuunfuncties. Ontdek onze formules met natuurlijke antioxidanten en onze immuunsupplementen die selenium in biologisch beschikbare vormen bevatten.
- Glutathionperoxidasen (GPx 1–8): een familie van antioxidante enzymen — GPx1 (cytoplasma, erytrocyten) — GPx4 (bescherming van lipidemembranen tegen peroxidatie, essentieel voor de spermatogenese) — GPx3 (plasma, bescherming van erytrocyten) — reduceren H₂O₂ en lipoperoxiden door glutathion (GSH) als elektronendonor te gebruiken
- Schildklier-deiodasen (DIO1, DIO2, DIO3): seleniumafhankelijke enzymen — DIO1 en DIO2 zetten T4 (inactief thyroxine) om in T3 (actief triiodothyronine) — DIO3 inactiveren T3 en T4 — seleniumtekort → T4 ↑ + T3 ↓ → functionele hypothyreoïdie ondanks een normaal TSH-gehalte
- Thioredoxine-reductasen (TrxR1, TrxR2, TrxR3): reguleren de cellulaire redoxstatus — regenereren geoxideerd thioredoxine — beschermen het DNA tegen oxidatieve schade — spelen een rol bij DNA-herstel en apoptose van kankercellen
- Selenoproteïne P (SELENOP): belangrijkste transportvorm van selenium in het plasma — zorgt voor de distributie van selenium naar de hersenen en de testikels (biologische prioriteiten) — betrouwbaardere marker voor de seleniumstatus dan alleen de seleniumspiegel in het bloed
- Selenoproteïnen en immuniteit: selenoproteïnen reguleren de ontstekingsreactie (NF-κB, COX-2) + de proliferatie van T-lymfocyten — tekort → verhoogde virale vermenigvuldiging (gedocumenteerde mutaties van het Coxsackievirus) + immuunsuppressie + verhoogde gevoeligheid voor infecties
Selenium en de schildklier: fundamentele rol en daarmee samenhangende aandoeningen
- Schildklier en selenium: de schildklier bevat de hoogste concentratie selenium per gram weefsel in het lichaam — de deiodasen (DIO1/2) zijn essentieel voor de productie van actief T3 — functionele hypothyreoïdie mogelijk bij seleniumtekort, zelfs bij voldoende jodium
- Hashimoto-thyroïditis: auto-immuunziekte — klinische studies tonen aan dat seleniumsuppletie (200 µg/dag × 6–12 maanden) de anti-TPO-antilichamen (thyroperoxidase) met 30–50 % vermindert en de levenskwaliteit verbetert — selenium wordt aanbevolen als aanvullende behandeling bij auto-immuunthyroïditis onder medisch toezicht
- Ziekte van Graves (hyperthyreoïdie): selenium verlaagt de concentraties van antistoffen tegen TRAK en vermindert de ernst van de Basedow-oftalmopathie — de combinatie van selenium en synthetische antithyroïde middelen is gedocumenteerd
- Jodium- en seleniumtekort: complexe interactie — bij een gecombineerd jodium- en seleniumtekort moet eerst het jodiumtekort worden verholpen (selenium zonder jodium kan hypothyreoïdie verergeren in gebieden waar struma endemisch is)
- Schildkliercontrole: bij seleniumsuppletie in therapeutische doseringen (≥ 200 µg/dag) → controleer TSH + T3 + vrij T4 + anti-TPO-antilichamen om de 3–6 maanden
Voedingsbronnen, vormen en dosering
- Paranoten: 1 noot = 70–90 µg selenium (dekt de dagelijkse behoefte) — wereldwijd de meest geconcentreerde bron — let op: 3–4 noten/dag = bovengrens in aantocht → bij regelmatige consumptie niet meer dan 1–2 noten/dag innemen
- Zeevruchten en vis: tonijn (90 µg/100 g) — oesters (60 µg/100 g) — sardines (45 µg/100 g) — garnalen (30 µg/100 g)
- Selenomethionine (organisch selenium): de best opneembare vorm (80–90 % tegenover 50–70 % voor selenocysteïne uit voeding) — opslag in eiwitten net als methionine — referentievorm in supplementen — met selenium verrijkte gist (L-selenomethionine)
- Natriumseleniet (anorganisch): goede opname maar geen opslag in eiwitten — wordt gebruikt in de klinische praktijk (ernstige tekorten) en in de diergeneeskunde — minder aanbevolen bij langdurige suppletie
- ADH selenium: 55 µg/dag voor volwassenen — 60–70 µg/dag voor zwangere vrouwen en vrouwen die borstvoeding geven — aanvaardbare bovengrens 300 µg/dag (EFSA) — drempel voor selenose bij herhaalde doses > 400 µg/dag
Selenose, mannelijke vruchtbaarheid, kanker en voorzorgsmaatregelen
- Selenose (chronische vergiftiging): diffuse haaruitval — broze nagels met witte vlekken — knoflookgeur uit de mond (uitgeademd dimethylseleniide) — spijsverteringsstoornissen — perifere neuropathie — vanaf > 400 µg/dag gedurende langere tijd — paranoten kunnen selenose veroorzaken bij dagelijkse consumptie in hoge doses (> 4–5 noten)
- Mannelijke vruchtbaarheid: GPx4 is essentieel voor de spermatogenese — beschermt de zaadcellen tegen lipideperoxidatie van de membranen — zink + selenium + vitamine E = standaardcombinatie voor mannelijke vruchtbaarheid — studies tonen een verbetering aan van de beweeglijkheid en morfologie van het sperma na 3 maanden suppletie
- Kanker en selenium: NPC-studie (Nutritional Prevention of Cancer, 1996): suppletie van 200 µg/dag → vermindering van de incidentie van prostaat-, long- en colorectale kanker met 37–63 % — SELECT-studie (Selenium and Vitamin E Cancer Prevention Trial, 2011): negatieve resultaten en zelfs een verhoogd risico op prostaatkanker bij hoge doseringen — conclusie: selenium biedt bescherming bij een tekort, maar kan schadelijk zijn bij overmatige inname — neem geen supplementen van meer dan 200 µg/dag zonder medisch toezicht
- Magnesium + selenium: synergetisch bij cardiovasculaire bescherming — selenium vermindert de oxidatie van LDL + beschermt de endotheelcellen — combineer omega-3 + vitamine E in hartbeschermende formules
- Geneesmiddeleninteracties: anticoagulantia (VKA) — INR controleren (selenium kan het levermetabolisme beïnvloeden) — immunosuppressiva (selenium beïnvloedt het immuunsysteem) — statines (selenium + statines: mogelijk verminderd risico op myopathie) — chemotherapieën: oncologisch advies verplicht