De moeilijkheid om de eetlust onder controle te houden is zelden een kwestie van wilskracht: het is het gevolg van hormonale onevenwichtigheden, slechte eetgewoonten en chronische stress, die de hongersignalen van de hypothalamus ontregelen. De belangrijkste factoren die deze ontregeling veroorzaken:
Chrono-voeding maakt gebruik van het circadiane ritme om de regulering van de eetlust te optimaliseren:
Lichaamsbeweging heeft een bifasisch effect op de eetlust:
Ja — cortisol stimuleert het hypothalamische NPY, wekt het verlangen naar troostvoedsel op, verergert de leptineresistentie en breekt spiermassa af (katabool effect). Magnesium reguleert de reactie op cortisol via de NMDA-receptoren — een tekort aan magnesium versterkt de reactie op stress en emotionele eetbuien. Vitamine B6 is een cofactor bij de synthese van serotonine en dopamine, die de effecten van cortisol op de eetlust tegengaan. Deze twee supplementen zijn met name aanbevolen voor mensen die aan chronische stress lijden.
Chroom (chroompicolinaat, 200 tot 400 µg/dag) versterkt de werking van insuline op de cellulaire receptoren, waardoor de opname van glucose door de spiercellen in plaats van door de vetcellen wordt verbeterd. Gecontroleerde klinische studies tonen een afname van het verlangen naar suiker met 25 tot 35 % en een verbetering van de insulinegevoeligheid na 8 tot 12 weken aan. De combinatie met een dieet met een lage glycemische index (peulvruchten, volkoren granen) werkt synergetisch om bloedglucosepieken te voorkomen die het verlangen naar zoet veroorzaken.
Een evenwichtige darmflora wordt inmiddels erkend als een volwaardige regulator van de eetlust. De bacteriën die propionaat en butyraat produceren (Prevotella, Faecalibacterium prausnitzii) stimuleren de L-cellen in de darmen om GLP-1 en PYY af te geven — twee verzadigingshormonen die de eetlust gedurende 3 tot 4 uur reguleren. Probiotica (Lactobacillus rhamnosus, Bifidobacterium longum) in combinatie met prebiotische vezels versterken deze populaties binnen 4 tot 6 weken. Studies naar fecale transplantatie bij dieren tonen aan dat de microbiota op zichzelf resistentie tegen obesitas kan opwekken, ongeacht de ingenomen calorieën.