Bacteriële vaginose is een verstoring van het evenwicht in de vaginale bacteriële flora, gekenmerkt door een overmatige groei van anaërobe bacteriën ten koste van de beschermende lactobacillen. De meest voorkomende symptomen zijn grijze of witte, vloeibare vaginale afscheiding, gepaard gaande met een kenmerkende visgeur — die vaak sterker wordt na geslachtsgemeenschap. Daarnaast kan er een licht branderig gevoel optreden bij het plassen of tijdens geslachtsgemeenschap. In tegenstelling tot vaginale schimmelinfectie komt intense jeuk bij bacteriële vaginose zelden voor.
De precieze oorzaken zijn nog niet volledig opgehelderd, maar verschillende factoren verstoren het evenwicht van de vaginale flora en bevorderen vaginose. Vaginale douches, geparfumeerde producten en agressieve zeepsoorten verstoren de beschermende pH-waarde. Hormonale veranderingen – als gevolg van de menstruatiecyclus, zwangerschap of anticonceptie – beïnvloeden het vaginale milieu. Seksuele betrekkingen met een nieuwe partner of meerdere partners vormen eveneens een goed gedocumenteerde risicofactor. Chronische stress kan, door de hormonale balans te verstoren, de flora eveneens verzwakken.
Dit onderscheid is essentieel, omdat de behandelingen radicaal verschillen. Bacteriële vaginose wordt gekenmerkt door dunne, grijsachtige afscheiding met een visachtige geur en weinig of geen jeuk. Candidiasis daarentegen gaat gepaard met dikke, witte afscheiding, zonder uitgesproken geur, met intense jeuk en roodheid van de vulva. Een vaginaal uitstrijkje met microscopisch onderzoek of een pH-test maakt een nauwkeurige diagnose en een gerichte behandeling mogelijk.
De standaard medische behandeling is gebaseerd op antibiotica — metronidazol of clindamycine — die, afhankelijk van de ernst, oraal of lokaal worden toegediend. Deze behandelingen moeten worden voorgeschreven en volledig worden afgemaakt om herhaling te voorkomen. Als aanvulling versnelt een kuur met probiotica die lactobacillen bevatten — met name Lactobacillus rhamnosus en Lactobacillus reuteri — het herstel van de beschermende flora na de antibioticabehandeling.
Het handhaven van een milde intieme hygiëne — zonder vaginale douches en zonder geparfumeerde zeep — is de meest effectieve preventieve maatregel. Het dragen van katoenen ondergoed bevordert de ventilatie. Het hebben van veilige seks vermindert het binnendringen van exogene bacteriën. Een dieet dat rijk is aan gefermenteerde voedingsmiddelen — yoghurt, kefir — en arm aan geraffineerde suikers ondersteunt het vaginale microbioom. Regelmatige kuren met probiotica na een antibioticabehandeling of bij bepaalde hormonale omstandigheden voorkomen een verstoring van het bacteriële evenwicht.
Ja, maar daarvoor moeten de bevorderende factoren op de lange termijn worden aangepakt. De behandeling volledig afmaken, irriterende stoffen vermijden en probiotica als onderhoudsbehandeling opnemen, vormen de pijlers van de preventie van terugkerende vaginale infecties. Bij terugkerende bacteriële vaginose — drie of meer episodes per jaar — kan een langdurig behandelingsprotocol onder medisch toezicht worden overwogen.
Ja. Een onbehandelde bacteriële vaginose tijdens de zwangerschap gaat gepaard met een verhoogd risico op vroeggeboorte, vroegtijdige breuk van de vliezen en een postpartuminfectie. De behandeling moet worden aangepast aan het trimester en aan de contra-indicaties tijdens de zwangerschap — oraal metronidazol moet in het eerste trimester worden vermeden. Nauwgezette gynaecologische controle is onontbeerlijk voor elke zwangere vrouw die symptomen vertoont.
Een bezoek aan de arts is noodzakelijk zodra de eerste symptomen optreden, vooral als het de eerste keer is of als de klachten zich herhalen. Bij koorts, buik- of bekkenpijn is een spoedconsult nodig om een opstijgende bekkeninfectie uit te sluiten. Behandel bacteriële vaginose nooit met niet-goedgekeurde middelen zonder voorafgaande diagnose: een onjuiste behandeling kan de onbalans verergeren en nieuwe complicaties in de hand werken.